Persbericht: Oproep naar de EU om nachttrein niet te vergeten in dit Europese Jaar van het Spoor

Bijgewerkt op: sep 13

Back on Track Belgium vzw roept Europese Unie op om nachttrein niet te vergeten in dit Europese Jaar van het Spoor


Deze week roept de Europese Unie 2021 uit tot jaar van het spoor. Het jaar is van groot belang voor het spoorwegbeleid van de EU: het vierde spoorwegpakket, een legislatieve set van hervormingen die het Europese spoorverkeer moeten harmoniseren, werd al in 2013 voorgesteld door de Europese Commissie maar zal dit jaar voor het eerst een jaar lang van kracht zijn. Het is het eindpunt van een ondertussen vijftienjaar durende hervorming met diepgaande veranderingen in de spoorwegsector als doel op vlak van dienstverlening, overheidsmonopolies en internationale samenwerking. COVID-19 mag dan zwaar ingehakt hebben op het aantal (internationale) passagiers, de spoorwegen houden ons ook overeind tijdens de crisis dankzij het transport van geneesmiddelen, brandstof en voedsel. Back on Track Belgium vzw hoopt op een nieuwe Europese transportsector wanneer de reisbeperkingen wegsmelten: eentje waarin de (nacht-)trein voor afstanden tot 1.500km de vanzelfsprekende keuze is voor passagiers.


Back to the future?


Een eerste stap in deze richting werd vorig jaar gemaakt door de Duitse minister van Transport Andreas Scheuer. In september legde hij een concept op tafel van de Trans-Europ Express 2.0 (TEE 2.0), genoemd naar de prachtige (maar dure) treinen die reden tussen 1957 en 1987 en op hun hoogtepunt 130 Europese steden met elkaar verbonden. Het huidige concept bestaat in een eerste stap uit acht routes waarin nachttreinen en hogesnelheidstreinen met elkaar gecombineerd worden, zonder dat te grote infrastructuurwerken nodig zijn om het geheel te laten functioneren. De Franse, Oostenrijkse en Zwitserse spoorwegmaatschappijen maakten later in 2020 hun intentie bekend om samen met de Deutsche Bahn dit plan verder concreet te maken.


Voorzichtig optimistisch


Back on Track Belgium vzw heeft dus een reden om voorzichtig optimistisch te zijn over de toekomst van de (nacht-)treinen in West- en Centraal Europa. Toch staan er nog grote uitdagingen voor de deur: de verschillende nationale spoorwegmaatschappijen hanteren nog steeds elk hun eigen boekingssystemen, er is een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen de verschillende operatoren, het risico voor het missen van overstappen ligt bij de passagier… Samenwerkingen tussen de Europese spooroperatoren zijn broos gebleken en nachttreindiensten zijn door een slecht economisch kader sinds de jaren 2000 quasi altijd verlieslatend. Bovendien slagen low-cost luchtvaartmaatschappijen er, onder andere dankzij stevige belastingvoordelen, nog steeds in de meeste internationale passagiers te verleiden met spotgoedkope vliegtickets.





Europese Green Deal belangrijke hefboom


Toch is het belangrijk dat de passagiers, opnieuw voor de internationale trein kiezen willen we een gevaarlijke klimaatverandering vermijden. De European Green Deal vraagt de Europese transportsector als geheel om 90% minder broeikasgassen uit te stoten tegen 2030. We hebben dus nog enkele jaren om onze technologieën te vernieuwen, maar meer en meer beleidsmakers -zoals de Duitse minister van Transport- lijken in te zien dat we deze doelstelling niet zullen waarmaken zonder een terugkeer naar het spoor.


Topbestemmingen reeds aangedaan door low-costvluchten


De nachttrein rijdt idealiter over trajecten tussen 800 en 1.500 km, net genoeg om een nacht te vullen. Veel langere routes zouden problemen opleveren voor de shiften van het personeel, voor de (water-)bevoorrading en zouden het geduld van de passagiers op de proef stellen. Het is vanuit België de ideale afstand voor bestemmingen als Barcelona, de Zuidkust van Frankrijk, Venetië en Rome maar ook Berlijn, Praag, Warschau, Stockholm en Malmö. Laat het net deze routes zijn die het drukst bevlogen worden door de low-cost luchtvaartmaatschappijen vanuit Charleroi en Zaventem. Toch liggen de sporen er al, zijn de treinstations in deze steden al gebouwd en zijn het, in tegenstelling tot de hogesnelheidslijnen, enkel nog de investeringen in slaapwagens die moeten gebeuren. Een moderne nachttrein, die voldoet aan de huidige eisen van de passagiers op vlak van comfort en privacy, is het ideale duurzamere alternatief voor de goedkope vluchten die de Belgische reizigers sinds het begin van de jaren 2000 massaal hebben weten te verleiden.


Enigste verbinding reeds rendabel geweest


Op dit moment hebben we echter maar één nachttreinverbinding: de NightJet verbindt sinds januari 2020 twee maal per week Wenen met Brussel. Dit was zo tenminste, tot COVID-19 roet in het eten kwam strooien en er een pauze ingelast moest worden. De Oostenrijkse spoorwegmaatschappij ÖBB evalueerde doorheen 2020 dat een passagier die de nachttrein Brussel-Wenen neemt, tien keer minder CO2 uitstoot dan een passagier die dezelfde reis met het vliegtuig aflegt. Een resultaat dat trouwens mooi overeenkomt met de ambitie van de European Green Deal. Toch heeft een stad als Brussel alle troeven in handen om een hub voor Europese nachttreinen te worden: onze hoofdstad stelt duizenden expats te werk, is aangesloten op een dens spoorwegnetwerk en is goed verbonden met Europese metropolen als Parijs en Amsterdam. Bovendien biedt station Brussel-Zuid overstapmogelijkheden aan op de Eurostar, de toegang tot het Verenigd Koninkrijk via het spoor.


Ook een Belgische Green Deal in een Belgisch Jaar van het Spoor?


Als onze nieuwe federale regering een voortrekkersrol speelt in partnerschappen met geïnteresseerde buurlanden als Nederland, Duitsland en Frankrijk, wordt Brussel misschien wel binnenkort onze gedroomde nachttrein-hub. Wanneer de gezondheidsmaatregelen wegvallen kunnen de reizigers zorgeloos reisplannen maken om Europa te verkennen per trein zonder moeilijkheden.

Laat het Europees jaar van het spoor ook het Belgisch jaar van het spoor worden!



4 keer bekeken0 reacties